Waar is mijn pensioen?

De in dit blog gebruikte namen zijn fictief. De casus is gebaseerd op een praktijkvoorbeeld, waarbij herleidbare gegevens zijn aangepast ter bescherming van betrokkenen.

Als pensioenmediator werd ik gevraagd om een geschil tussen een oud-werkgever en een oud-werkneemster die al met pensioen was te begeleiden. We noemen de oud-werkneemster Hanneke en namens de oud-werkgever was Hans afgevaardigd.

Hanneke heeft in 2024 haar pensioenleeftijd bereikt. Een jaar daarvoor deed zij een ontstellende ontdekking. Zij had helemaal geen pensioen opgebouwd bij haar oud-werkgever.

Hoe het allemaal is begonnen
Begin jaren 70 tot eind jaren 80 was Hanneke als directiesecretaresse werkzaam voor het bedrijf van Hans. Als aanvullende arbeidsvoorwaarde konden de werknemers kiezen of zij premievrij deelnamen in een:
a. Spaarfonds;
b. Pensioenregeling.
Hanneke koos voor het Spaarfonds.

Toen Hanneke trouwde en een partner kreeg, ging zij nadenken of een pensioenregeling niet beter zou zijn. Bij overlijden zou er voor hem dan een nabestaandenpensioen zijn. Zij vraagt de personeelsfunctionaris mondeling om haar overstap naar een pensioenregeling te bewerkstelligen. Het zou voor haar geen verschil maken en hij zou ervoor zorgen.

Hanneke werd arbeidsongeschikt, het dienstverband werd na verloop van tijd beëindigd en zij kreeg een uitkering van het GAK (later UWV).

Begin 2000 heeft het bedrijf van Hans de pensioenregeling ondergebracht bij een grote verzekeraar. De echtgenoot van Hanneke, die ook voor het bedrijf van Hans werkte, kreeg regelmatig correspondentie en opgaven van de verzekeraar. Hanneke niet.

Een jaar voordat zij haar pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken, ging zij bij de verzekeraar informeren naar de hoogte van haar uitkering. Bij de verzekeraar was zij niet bekend. Die hebben haar aangeraden bij het bedrijf van Hans te informeren, maar die hadden niets in hun administratie waaruit bleek dat zij in een pensioenregeling had deelgenomen. De personeelsfunctionaris was al lang geleden zelf met pensioen gegaan en inmiddels overleden.

Ten einde raad neemt Hanneke contact op met een advocaat. Die schrijft het bedrijf van Hans aan, die ook een advocaat in de arm neemt, en het pensioengeschil is geboren.

Hoe het verder ging

Hans geeft namens zijn bedrijf aan dat ze het heel vervelend vinden voor Hanneke, maar uit niets blijkt dat zij daadwerkelijk recht heeft op een pensioen. Er is natuurlijk enorm veel tijd verstreken. Sinds Hanneke uit dienst is gegaan, meer dan 30 jaar. De advocaat van Hans beroept zich op verjaring.

Hanneke voert aan dat pensioenrechten niet verjaren en dat zij van mening is dat het bedrijf van Hans aan haar pensioen moet uitkeren. Ze heeft geen arbeidsovereenkomst, oude salarisstroken, correspondentie van de personeelsfunctionaris of de verzekeraar om haar verhaal te staven. Er is echt helemaal niets. Ze heeft ook niet eerder dan 1 jaar voor haar pensioenleeftijd zelf actie ondernomen. Haar echtgenoot kreeg regelmatig documentatie van de verzekeraar en krijgt ook daadwerkelijk een pensioen uitgekeerd. Het bedrijf van Hans heeft na ruim 30 jaar ook geen loon- & diensttijdadministratie meer van Hanneke.

Bewijstechnisch is er helemaal niets, alleen een mondeling verzoek aan een personeelsfunctionaris om deel te gaan nemen in een pensioenregeling in plaats van het spaarfonds en het feit dat oud-collega’s kunnen verklaren dat zij begin 70-er jaren tot eind 80-er jaren bij het bedrijf van Hans heeft gewerkt als directiesecretaresse.

We nemen een time-out om een caucusgesprek (apart gesprek van de mediator met partijen individueel) te voeren.

Het bedrijf van Hans vindt de ontstane situatie erg vervelend en wil zijn goede naam niet in gevaar brengen. Ze zijn bereid om een handreiking te doen, maar zeker niet een fictief (er zijn immers helemaal geen grondslagen bekend) te berekenen pensioenrecht toe te kennen.

Voor zover er al een recht zou hebben kunnen zijn, is dat na meer dan 30 jaar verjaard, stelt de advocaat.

Bij Hanneke spelen de emoties een zware rol. Het blijkt dat haar echtgenoot achter de schermen enorm veel druk zet op haar om het “hard” te spelen. Hij heeft geroepen dat pensioenrechten niet verjaren. Haar advocaat vertelt haar wel dat pensioenrechten inderdaad niet verjaren, maar dat er in dit geval nog geen pensioenrechten zijn. Zij heeft behalve de door haar aangevoerde mondelinge toezegging van de personeelsfunctionaris geen enkel bewijs voor haar stelling.

Na deze caucusgesprekken gaan we weer gezamenlijk verder. We sluiten de mediation af met het voorstel dat het bedrijf van Hans gaat doen.

Risicoafweging

Oud-werkgever
Het bedrijf van Hans en zijn advocaat maken een risicoafweging. Indien het tot een procedure komt, betaalt het bedrijf in ieder geval de advocaat- en de proceskosten. De goede naam wordt in dat geval zeker geschaad.

Om die reden doet het bedrijf aan Hanneke een voorstel ter afwikkeling. Of dat voorstel aanvaardbaar is, moet nog blijken en dus ook of partijen er zonder gerechtelijke procedure uit gaan komen. Work in progress.

Oud-werknemer
Hanneke moet ook een risicoafweging maken. Hoe gaat een rechter in een procedure oordelen? De bewijslast ligt in principe aan haar kant. Zij heeft niets op schrift en heeft meer dan 30 jaar niet naar haar pensioen geïnformeerd. Daarnaast had zij een zekere functie en is er beslist geen sprake van ongeletterdheid.

Hoe een rechter dat allemaal gaat meewegen, is een black box Een positief oordeel van de rechter is nog geen zekerheid. De oud-werkgever kan in hoger beroep gaan. Indien de uitspraak negatief is, kan Hanneke in hoger beroep gaan. Dat kost veel tijd en geld. De eindconclusie kan ook zijn dat Hanneke in het ongelijk wordt gesteld. Dan is zij veel tijd en geld kwijt en is de oud-werkgever niet gehouden om haar een aanbod te doen. Zij heeft veel te verliezen in een gerechtelijke procedure, maar ook veel te winnen.

De advocaat van Hanneke moet haar helpen om een juiste afweging te maken.

Tot slot

  •  Het is belangrijk om alles aangaande pensioen schriftelijk te verzoeken en te laten bevestigen, zowel voor een werkgever als voor een werknemer.
  • Bewaartermijnen volgens de archiefwet kunnen op gespannen voet staan met bewijslast, zeker als het om pensioenrechten gaat.
  • “Pensioen, dat komt wel goed …. schatje”, als persiflage op een oude reclame, kan en kon nooit het uitgangspunt zijn. Werknemers zullen proactiever moeten worden.
  • Een werkgever maakt een afweging qua kosten als er een procesrisico dreigt.
  • Belangstelling voor je pensioen loont.
  • Een oud-werknemer in deze positie moet ook een afweging maken of een gerechtelijke procedure kans van slagen heeft.
  • Met het “invaren” van oude pensioenrechten is het bewaren van je eigen pensioenadministratie belangrijker dan ooit.
  • Inzicht in je eigen pensioensituatie is en blijft belangrijk.

Werk aan de winkel voor de pensioendeskundige, want voorkomen van een pensioenconflict is altijd beter!

Get Smart Pensioenconflicten
Ingrid Leene-Hoedemaeker MPLA
MfN pensioenmediator & LRGD gerechtelijk deskundige
RegisterExecuteur